News & Events

Het mbo gaat werken met nieuwe kwalificatiedossiers. Het keuzedeel is daarbij aanvullend aan het dossier en beslaat 15 procent van de opleidingstijd. Dossier én het keuzedeel vormen de basis voor het onderwijs en de examinering. Op die manier kan sneller ingespeeld worden op de ontwikkelingen in het regionale beroepenveld. De keuzedelen geven een impuls aan het flexibiliseren, actualiseren en innoveren; studenten kunnen zo hun vakmanschap verdieping of verbreding geven. Zij kunnen de keuzedelen ook inzetten voor doorstroom. Het zijn daarmee belangrijke bouwstenen voor het mbo. Scholen kunnen zich samen met hun (regionale) netwerk oriënteren op keuzedelen. Feitelijk kan iedereen met een goed plan het initiatief nemen om een keuzedeel te ontwikkelen.

Klinkt simpel, maar veel docenten worstelen met de keuzedelen, of liever gezegd, met de manier waarop de realisatie ervan is georganiseerd, zo blijkt tijdens deze donderdagmiddag in september. In het Innovatiehuis in Den Bosch is een tiental docenten aanwezig die zich hebben aangemeld voor deze sessie. Zij beantwoorden daarmee de oproep van Monique Bos en Jolanda Cuijpers van ROC de Leijgraaf om van gedachten te wisselen over de keuzedelen. Het is een forse groep, die moeilijk rond de beoogde ronde tafel past. We zitten daarom in een andere ruimte. Het onderstreept de urgentie om eens over keuzedelen in dialoog te gaan.

Onlogische koppelingen
Jolanda trapt af. ‘Over minder dan een jaar wordt de herziene kwalificatiestructuur ingevoerd, met de nieuwe dossiers en de keuzedelen. Maar als je op Google zoekt naar wat docenten hierover vinden, hoe zij de ontwikkeling ervaren, vind je niks. Voor ons is dit de aanleiding om deze rondetafelsessie te organiseren.’ Er wordt direct instemmend geknikt: de docenten zijn blij eindelijk hun verhaal te kunnen vertellen. Gedurende het gesprek komt herhaaldelijk terug dat het erop lijkt dat docenten nauwelijks betrokken worden bij de keuzedelen. ‘Neem de koppelingen van de keuzedelen aan de kwalificaties’, stelt docent Autotechniek Thomas. ‘Ons wordt niet gevraagd wat nou een logische koppeling is. Een commissie van wijzen gaat daarover. Dat zijn buitenstaanders. Systeemdenkers. Het is toch raar dat wij niet gehoord worden? Wij weten, lijkt mij, het beste, wat onze studenten nodig hebben. Nu zijn met name de beleidsmakers ermee bezig. Die ik soms van alles moet uitleggen om mijn eigen keuzedeel te kunnen realiseren.’

Doel op zich
‘De gesprekken over de keuzedelen worden met mbo-instellingen gevoerd, niet met de docenten’, vat Marjolein, docent en BVMBO-voorzitter, samen. ‘Ik heb me nog aangemeld om aan de gesprekken deel te nemen’, vertelt Thomas. ‘Maar uiteindelijk werd mijn manager uitgenodigd.’ Jeanine (docent Verpleegkunde) voegt toe: ‘Wij mogen wel naar bijeenkomsten toe, maar dan moeten we er wel voor zorgen dat onze lessen doorgaan. Het moet dus in onze vrije tijd. Waardoor er vooral O&O’ers [Onderwijs & Ontwikkeling, beleidsmakers, red] bij de gesprekken aanwezig zijn.’ ‘Die zien vaak de keuzedelen als een doel op zich en gebruiken het vooral om zich als ROC te profileren’, stelt Joke, eveneens docent Verpleegkunde. ‘Er wordt dan energie gestoken in de concurrentiepositie in plaats van in de kwaliteit van het onderwijs.’

Efficiënter
‘De procedure is ook erg stroperig. Ik ben al een jaar bezig met een keuzedeel’, vult docent Autotechniek Giel aan. Ik krijg wel feedback, maar die is niet inhoudelijk. “Teveel overlap met een ander keuzedeel”, kregen we dan terug. Maar hoe of wat vertellen ze niet. Autopoetsen heeft blijkbaar te veel overlap met interieurverzorging. Hebben we het dan nog over autotechniek? En mijn BBL-studenten zitten ook niet te wachten op een keuzedeel Duits. Een mbo-opleider kan samen met de student een supergoeie keuze maken, maar we zitten vast aan die koppelingen. Dit kan efficiënter ingericht worden. Het zou zo eenvoudig kunnen zijn: een of meerdere goede docenten hebben een goed idee en maken een keuzedeel.’

Bureaucratisch
De aanwezige docenten storen zich ook duidelijk aan de bureaucratische aanpak. Er is een heel arsenaal aan commissies en procedures opgetuigd om een keuzedeel vastgesteld te krijgen. Dit kost veel tijd en geld. ‘Dan heb je alleen nog maar de kaders. Het onderwijs en de toetsing moeten dan nog ontwikkeld worden’, stelt Jolanda. ‘Ik vraag me af of dit daadwerkelijk zorgt voor een verbetering van wat de leerling aangeboden krijgt. ‘Laten we het ook vooral in perspectief blijven zien: die 15% is niet belangrijker dan de overige 85’, adviseert kerndocente Greetje. ‘Het keuzedeel is te prominent aanwezig’, vindt ook Giel. ‘Dan ga je straks hele klassen een keuzedeel aanbieden, terwijl dit veel beter individueel werkt, in samenspraak met de loopbaanbegeleider van de student…’ ‘Al moet ik er niet aan denken dat ik een klas met 20 studenten heb, die allemaal wat anders willen’, haakt Thomas in. ‘Hoe moet je dat examineren? Dan heb je een groot probleem.’

Mooie oplossing
Ondanks de haken en ogen vinden de docenten het keuzedeel een goed plan. ‘Het is belangrijk dat je als student kunt kiezen’, stelt Jasper, docent Economische vakken. ‘Het feit dat je een keuze hebt, verhoogt je autonome motivatie. Dan ben je meer bereid om wat te doen.’ ‘Ik zie ook veel kansen’, laat Monique weten. ‘Het is een mooie oplossing om in te spelen op wat er in de samenleving gebeurt. Maar het is te complex en te bureaucratisch ingericht. Als ik zie waar ik allemaal tegenaan loop bij het ontwikkelen van een keuzedeel, denk ik “Laat maar zitten”.’

Samen oppakken
Toch gaan de docenten niet bij de pakken neer zitten. ‘Ik zie wel kansen in de samenwerking tussen de vakgroepen van de instellingen, bijvoorbeeld in beroepenkamers’, oppert Giel. ‘Ik zit hier vandaag naast Thomas, eveneens docent Autotechniek. Ik denk dat we samen zaken kunnen oppakken. Waarom langs elkaar heen werken? We moeten elkaar niet als concurrenten zien, maar elkaar versterken. Een gezamenlijk ontwikkeld keuzedeel kan elke school die eraan heeft bijgedragen dan natuurlijk wel apart uitvoeren.’ Rita, docent Economische Vakken, heeft al goede ervaringen op dit vlak. ‘Met twee docenten van mijn school ben ik samen met enkele andere ROC’s en een hogeschool bezig een keuzedeel “Doorstroom” te maken. Het doel is dat alle deelnemende ROC’s dezelfde invulling geven aan doorstroom, wat wel zo prettig is voor de hogeschool. Die levert dan ook allerlei materiaal. Bij de bijeenkomsten zitten allemaal vakdocenten aan tafel. De samenwerking verloopt erg goed.’

Met dit positieve geluid eindigt de eerste rondetafelsessie. De docenten zijn nog lang niet uitgepraat. ‘Wel fijn dat we nu onze mening hebben laten horen’, klinkt het. En dat was dan ook de opzet…

De volgende sessie is op 8 oktober in Eindhoven. Initiatiefnemer is BVMBO-ambassadeur Giel Kessels. Het onderwerp: curriculumontwerp, taak voor de docent of voor de overheid? Bij zijn? Mail dan: ghm.kessels@summacollege.nl

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.