News & Events

‘Als je kiest voor het beroep van leraar in het mbo, kom je in een fuik terecht waar je vervolgens in de veertig jaar van je werkzame leven niet meer uit raakt.’ Dat is, gechargeerd, het negatieve stereotiepe beeld waar het beroep van mbo-docent last van heeft. Overtuigd dat de werkelijkheid een stuk zonniger en aantrekkelijk is, organiseerden de BVMBO en het Kennispunt Opleiden in de school mbo van de MBO Raad gezamenlijk de bijeenkomst ‘MBO-docent, het veelzijdige beroep in beeld’. Het werd een gemakkelijke overwinning voor deze laatste stelling, met vier kwadranten in de hoofdrol.

Na de welkomstwoorden van Linda Medendorp (projectleider van het Kennispunt Opleiden in de School van de MBO Raad) en Marjolein Held (voorzitter BVMBO) gaan alle ogen even het zaaltje van het Utrechtse restaurant Kantien door. Wie zitten er zoal? De mbo-docenten zelf zijn – niet verrassend – de grootste groep, maar er zijn ook vertegenwoordigers van de lerarenopleiding, van HR/Staf, van leidinggevenden, van de vakbond en van de MBO Raad aanwezig. Held hoopte al een gevarieerde vertegenwoordiging, omdat zij vindt dat de ontwikkeling van de mbo-docent weinig opschiet met navelstaren, maar juist in contact met alle andere stakeholders tot ontwikkeling kan komen. ‘Iets waar het mbo ook goed in is en de durf voor heeft.’

Held geeft het woord aan Nathan Soomer, beleidsadviseur van de MBO Raad, én een van de auteurs van ‘Het kwalificatiedossier van de docent mbo’, waarin alle taken en deeltaken van de docent in het middelbaar beroepsonderwijs staan beschreven. ‘Die taken zijn zeer divers, je moet een duizendpoot zijn om aan alles te voldoen’, stelt Soomer. ‘Sterker nog, het lukt je alleen niet eens. Je moet het in teams gaan oplossen.’

Beroepsbeeld
Waarmee de eerste stoelpoot onder de stelling dat de mbo-docent veertig jaar hetzelfde doet, al succesvol is afgezaagd. En ook de volgende spreker, Marco Snoek, heeft een zaag bij zich. Snoek is lector Leren en Innoveren bij de Hogeschool van Amsterdam. Samen met anderen heeft hij een notitie gemaakt, ‘Een beroepsbeeld voor de leraar: over ontwikkelrichtingen en groei van leraren in het onderwijs’. Deze notitie is bedoeld om de veelzijdigheid van het beroep leraar en de ontwikkelmogelijkheden zichtbaar te maken. Iets wat in de huidige onderwijsstructuur maar moeilijk te zien is.

Handvatten
Centraal in deze notitie staat de figuur ‘Het beroepsbeeld voor de leraar’ (zie afbeelding). Dit figuur verdeelt de hoofdtaak van de leraar in het voortgezet onderwijs, het ontwikkelen van leerlingen, over vier domeinen:

 

  1. Het ondersteunen van het leren van leerlingen;
  2. Het ontwikkelen van onderwijs;
  3. Het organiseren van onderwijs;
  4. Het ondersteunen van collega’s.

 

 

‘Binnen elke van deze domeinen, kwadranten in de figuur, kunnen docenten zich ontwikkelen van starter, via ervaren docent, naar meester’, legt Snoek uit. De figuur is niet specifiek voor mbo-docenten geschreven. Snoek: ‘De mbo-docent heeft nog weinig gedeelde handvatten en weinig gedeelde taal en dat is jammer. Aan de andere kant willen we dit zeker niet officieel gaan vastleggen. Het is bedoeld als inspiratiebron, onder andere om de mogelijke loopbaanpaden binnen het mbo aantrekkelijk te maken.’ De aanwezigen gaan in drie groepjes bij elkaar zitten om te kijken of het ook goed toepasbaar is op de mbo-docent.

Zeker wel, is een klein uurtje later de optimistische conclusie. Natuurlijk zijn er nuances aan te brengen, zoals het ontbreken van de voor het mbo zo belangrijke connectie met het bedrijfsleven. Of de opmerking dat ‘zorg’ niet echt een docentfunctie is. Ook zou het eerste kwadrant, waarin tenslotte het primaire proces is ondergebracht, liefst wat groter moeten zijn dan de andere drie. Of er met een kleurtje beter uitspringen. Tot slot vinden velen de term ‘meester’ niet passend en zien ze daar liever een vervangend woord voor.

Oplossen
Dat weegt allemaal totaal niet op tegen de vele positieve geluiden. ‘Eindelijk iets om mee aan de slag te gaan’, is de algemene tendens. Het is bijvoorbeeld ook een goede manier om te ontdekken hoe ver je in elk kwadrant al bent, of waar je nog iets mist. Als individuele professional, als team, als leidinggevende. En op welke manier je dat vervolgens gaat oplossen. Voor iedereen persoonlijk kan het bovendien een manier zijn om zijn eigen loopbaanpad te vinden. Waarbij ook duidelijk wordt dat dit pad zich niet per se enkel in een van de vier kwadranten afspeelt. ‘Het is niet lineair, je kunt je zelfs in elk van de vier kwadrant ontwikkelen, eventueel zelfs gelijktijdig.’

Circulaire loopbaan
Verder wordt in de figuur wel de mogelijkheid – typisch voor het mbo – van een circulaire loopbaan door meer mensen gemist. Iets wat de opleiding van studenten zeker ten goede zal komen: docenten die tussentijd een korte of langere periode in het bedrijfsleven actief zijn, om daarna met die extra bagage weer als docent terug te keren. Of vakmensen uit het bedrijfsleven die er tijdelijk voor kiezen om als docent in het mbo voor de klas te gaan staan.

Big Data
Een docent die op zijn school al lange tijd bezig is met het beroepsprofiel van de mbo-docent, denkt met deze notitie, en zeker met uitgebeelde figuur, de discussies op zijn school flink aan te kunnen zwengelen. ‘Zoals het er ligt, zou je het als te algemeen of zelfs nietszeggend kunnen beschouwen. Maar dat is juist heerlijk. Nu is het namelijk aan ons, iedereen in en rondom het vak mbo-docent, om het specifiek te maken en er kleur aan toe te voegen.’

Iemand van de lerarenopleiding legt op het einde nog wel een kleine bommetje: ‘Ik mis wel een beetje de link naar de toekomst. Door bijvoorbeeld Big Data en Blockchain zullen de klassen er over vijf of tien jaar totaal anders uitzien dan nu. Dat is hier niet in meegenomen. Maar voordat ik negatief klink: ik ben echt ontzettend blij met deze notitie. Voor de lerarenopleiding is het bijzonder goed bruikbaar om iedereen de vele aspecten van het leraarschap inzichtelijk te maken.’

Inkleuring
In de slotdiscussie kwamen er twee lijnen naar voren: een hele eigen mbo-lijn en een lijn waarbij het beroepsbeeld vertrekpunt is voor verdere inkleuring. De groep heeft expliciet aangegeven voor de tweede optie te gaan. Een verbijzondering is nodig om het mbo expliciet op de kaart te zetten richting lerarenopleiders, werkveld en politiek.
Marco Snoek en Marjolein Held gaan op de CVI-conferentie, met de inhoud van vandaag in gesprek met het mbo-veld. Na de CVI volgt nog een ‘kleursessie’ van een dag met een heterogene expertgroep, om het beroepsbeeld verder uit te werken.



Meer info: www.beroepsbeeldvoordeleraar.nl.

bron: MBO-krant 48 (februari 2018).

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.