Nieuwsbericht

VABA Wet Verbetering Aansluiting Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt door 1e Kamer

24 juni 2026 | 2 minuten lezen

Klinkt mooi, Verbetering Aansluiting Beroepsonderwijs en Arbeidsmarkt.

Van een docent in het mbo:

“Op zichzelf is de intentie van deze wet niet verkeerd, maar...

Ik heb dit eerder meegemaakt. Het voelt als een slechte film — herkenbaar script, andere acteurs, maar je weet precies hoe het afloopt.

Begin jaren 00 gaf ik les op een vierjarige mbo-opleiding. Onze studenten liepen 25% stage. Daar was door het Opleidingsteam en onderwijsprofessionals goed over nagedacht, de perfecte verhouding tussen leren op school en op stage. Een topopleiding was het!

En ineens de mededeling, de stage moet naar 40%.

Niet omdat iemand had ontdekt dat studenten daar briljant van werden. Niet omdat docenten of studenten dit wilden. Misschien dan omdat de onderwijskwaliteit hiervan een boost zou krijgen? Nee — ergens in een vergaderzaal hadden bestuurders in het mbo bedacht dat het 40% moest zijn. Studenten op stage zijn immers goedkoper dan in schoolgebouwen, waar ze dan ook nog eens les moeten krijgen van dure docenten… En stage is gratis. Al was dat natuurlijk niet het officiële argument.

Dus werd het 40%! En of wij dat een goed idee vonden, was niet heel relevant. Er stond namelijk al een nieuw gebouw in de steigers — precies berekend op 40% stage. Minder studenten in het gebouw, minder lokalen nodig. Het onderwijs past zich aan, aan het gebouw. In plaats van andersom. Hoe efficiënt. Een paar jaar later greep Den Haag in. Studenten bleken ineens wel héél erg zelfstandig te moeten kunnen leren — sommigen zagen hun docent nog geen twee dagen per week.

De onderwijskwaliteit? Die had inmiddels ook besloten vaker thuis te werken. De befaamde 1.000 klokurennorm kwam er. Meer les, meer school, meer docent, meer contacttijd. Wel jammer dat het gebouw nu ineens wel erg krap bleek. En nu, nog geen 12 jaar later? Nu gaan we het gewoon weer omdraaien. Minder contacttijd en minder docent.

Natuurlijk kunnen hybride praktijk opdrachten een waardevolle bijdrage zijn in goed onderwijs. Grote zorg is echter dat de Opleidingsteams hierin maar tot op zekere hoogte onderwijskundige autonomie hebben. Omdat ook met deze wet die autonomie eenvoudig buitenspel gezet kan worden.

De VABA is vanuit het ministerie geen bezuiniging, maar kan door mbo-instellingen wel als zodanig ingezet worden. Het onderwijs kan straks echt met minder docenten georganiseerd worden. Verder kunnen besturen instelling breed beleid maken dat elke student bijvoorbeeld 20% van de opleiding via hybride praktijkopdrachten moet doen, of een hoger percentage in de BPV. Het mag allemaal.

En dus is het weer aan de Colleges van Bestuur. Maar dit keer natuurlijk mét behoud van kwaliteit. Want dat staat bij hen immer op 1.

Ik hou m’n hart vast, want de sequel is altijd slechter….”