News & Events

In maart staan er enkele Opleider2025-bijeenkomsten op het programma waarvoor je je nog steeds kunt aanmelden. Benieuwd hoe het er bij zo’n bijeenkomst aan toe gaat? Lees dan het verslag van de eerste bijeenkomst van Opleider2025 Zorg. Wat is er zoal nodig om de rol van opleider in de zorgsector met verve te spelen?

Er verzamelt zich vandaag in De Luwte, onderdeel van de Zonnehuisgroep Amstelland (ZHGA), een ietwat uitgedund groepje opleiders en opleidersadviseurs. De griep slaat in deze winterkoude week flink om zich heen, maar krijgt gelukkig geen vat op het enthousiasme van de aanwezigen. De Luwte blijkt dan ook een inspiratierijke plek te zijn. Hier hebben ZHGA en het Nova College een speciale leerafdeling – de ‘huisopleiding’ – opgezet. BBL-studenten krijgen hier een dag in de week les en werken vervolgens de rest van de week bij ZHGA. Verder krijgen medewerkers hier hun ‘jaarlijkse APK’: op de toetspleinen voeren zij één keer per jaar enkele praktijktoetsen uit en frissen hun kennis op.

Het is een mooi voorbeeld van krachtig, praktijkgericht onderwijs, gesmeed door een innige samenwerking tussen bedrijf (in casu: een zorginstelling) en onderwijs. Na een rondleiding en een presentatie is de groep dan ook in de juiste modus om in kaart te brengen wat er nou – vanuit het perspectief van de opleider – nodig is om privaat-publieke (hybride) projecten en innovatieve opleidingen tot een succes te maken. Wat zijn de succesfactoren? Wat zijn de hobbels? Hoe ga je te werk om zo’n project of opleiding op te zetten? Wat heb je als opleider nodig van collega-docenten, bestuurders, het bedrijfsleven, de politiek, de lerarenopleidingen en andere stakeholders uit de mbo-sector om het onderwijs van de toekomst vorm te geven?

Geeltjes
De werkwijze hierbij is dezelfde als bij de bijeenkomst op 10 november in Roosendaal. Ieder krijgt een pakje post-its, noteert succesfactoren en belemmeringen en plakt de papiertjes op twee flipovervellen. Dat gaat razendsnel: al snel zien de grote vellen geel van de positieve en van de negatieve factoren.

Succesfactoren
Na de inventarisatieronde, gaat de groep de post-its rubriceren. Dit levert bij de succesfactoren de volgende samenvatting op:

De succesfactoren

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Je zet een opleiding of een project samen op en deelt de verantwoordelijkheid. Het is hiervoor belangrijk dat zowel het onderwijs als de zorginstelling (of als het bijvoorbeeld om techniek gaat: het bedrijf) de meerwaarde van de samenwerking inzien. Er zijn gezamenlijke belangen, maar de samenwerkende partijen moeten ook oog hebben voor individuele belangen. Het mes moet steeds aan twee kanten snijden: studenten én docenten krijgen die niet te missen praktijkervaring en anderzijds krijgt de zorginstelling / het bedrijf de kans de studenten op te leiden tot de werknemers die men graag op de loonlijst wil. Belangrijk hierbij is wel dat de studenten zo opgeleid worden dat zij ook elders (dus niet louter bij de zorginstelling waarmee hun school samenwerkt) aan de slag kunnen. De Nova-groepen behandelen ook onderdelen uit het reguliere curriculum, zoals kraamzorg. Al hebben ze daar bij ouderenzorg natuurlijk niets aan. Om niet puur op te leiden voor de zorginstelling/het bedrijf in het samenwerkingsverband, is het belangrijk dat school en de zorginstelling de werving & selectie samen oppakken.

Nauwe samenwerking, met korte lijnen
Een gezamenlijk project wordt alleen een succes als er sprake is van korte lijntjes. Ideeën en problemen kunnen dan direct opgepakt worden. Daarbij helpt het als er regelmatig overleg is. Op niveau: docenten in overleg met praktijkbegeleiders.

Praktijkgerichte leerstructuur
Een open deur voor iedereen die ervaring heeft met een project of opleiding waarin het onderwijs en de praktijk elkaar stevig omarmen: studenten krijgen een beroep het beste onder de knie in de praktijk. Uiteraard mag de theorie niet vergeten worden, maar die moet wel zo veel mogelijk gekoppeld worden aan de praktijk. Dus bijvoorbeeld: eerst een theorieles over stomazorg en dan vervolgens een praktijkles waarin je leert een stoma te verzorgen. In een contextrijke omgeving heb je ook beter zicht op de student als werknemer (in wording): hoe functioneert hij of zij in een werksituatie?

Efficiënte structuur
Hieronder vallen enkele organisatorische zaken die kunnen bijdragen aan het succes. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om flexibel in te stromen. Door de kleinschalige opzet – de huisopleiding van ZHCA en Nova College heeft groepen met ongeveer 17 studenten – en het feit dat ook de zorginstelling lessen verzorgt (25%) is dit eenvoudiger te realiseren dan bij een reguliere mbo-opleiding. Het is hier niet nodig om minimaal 24 studenten in een klas te hebben, alvorens er een fulltime docent opgezet kan worden. Hierdoor kunnen er meer startmomenten zijn – hetgeen niet alleen voor de student, maar ook voor de samenwerkende partijen prettig is: ze houden zo hun opleiding uitvoerbaar en betaalbaar.

Bestuurlijke draagkracht
Ook een open deur, maar het blijft van cruciaal belang dat er ook bij het management draagvlak is voor de op te zetten samenwerking. Belangrijk daarbij is dat zij de meerwaarde ervan inzien en vervolgens op alle mogelijke manieren het project of de opleiding faciliteren. Bij de ‘huisopleiding’ van ZHCA en Nova College waren het de bestuurders zelf die het initiatief namen. Zij konden rekenen op ‘praktische draagkracht’: zowel de docenten als de praktijkopleiders waren uitermate enthousiaste over de nieuwe leerroute.

Marketing(het delen van successen)
Mooie bijvangst: doordat de school zo nauw met de praktijk optrekt, wordt het voor de onderwijsinstelling ook mogelijk om in het kader van volwasseneneducatie bij- of nascholingstrajecten aan te bieden. De succesvolle samenwerking biedt daarbij marketingmogelijkheden. Het succes moet dan ook breed uitgedragen worden.

Belemmeringen

Belemmeringen en valkuilen
Na de succesfactoren is het tijd voor andere kant van de medaille: de belemmeringen en valkuilen. Al plakkend, discussiërend en rubricerend levert dit het volgende op:

Dubbele pet
Een BBL’er is ook medewerker. Die dubbele pet ligt gevoelig. Vanuit het onderwijs wil men niet dat bedrijven gaan bepalen wat er in de scholen en met de student/medewerker gebeurt. Stel dat iemand in de praktijk niet goed functioneert. Het bedrijf wil die persoon laten stoppen met de opleiding. Maar op school haalt hij of zij wél goede cijfers. Ook in de omgekeerde situatie – wel goed functioneren als werknemer, maar slecht presteren op school – botst de blik vanuit de werknemerskant met het perspectief vanuit school. Wie is in dergelijke problematische situaties de ‘klant’ van de school: de student of het bedrijf?

(Te) smalle opleiding
Sommige successen kunnen ook als belemmering gezien worden. Baangarantie bijvoorbeeld. Het is natuurlijk prachtig als een organisatie samen met een school studenten opleidt en vervolgens, na diplomering, direct een baan aan kan bieden. Maar wat als er dan geen vacatures blijken te zijn, bijvoorbeeld omdat er een reorganisatie gaande is? Dan heeft een student niets aan een te smalle (specifiek op de zorginstelling of op een bepaald specialisme gerichte) opleiding (zie ook de succesfactor ‘Gezamenlijke verantwoordelijkheid’). De zorginstelling mag niet teveel invloed krijgen op het bestaande curriculum.

Organisatie
Bij de bijeenkomst op 10 november kwam dit ook al nadrukkelijk naar voren: docenten hebben het uitermate druk. Er komen allerlei ontwikkelingen, nieuwe taken en rollen op hen af, waardoor de (ervaren) werkdruk stijgt. Je mag dan nog zo enthousiast zijn over een nieuwe samenwerking, je moet er natuurlijk wel de tijd (rooster) en faciliteiten voor krijgen. Dit is iets wat je met je team goed moet organiseren, want het mag niet zo zijn dat je collega’s het extra druk krijgen omdat jij een ochtend of middag per week aan het project werkt. Bovendien is niet elke docent geschikt, een thema dat op 10 november eveneens uitgebreid besproken is.

Deskundigheidsbevordering
Het is evident dat naast studenten ook de docenten veel baat hebben bij een nauwe samenwerking met een bedrijf of instelling. Ze bevinden zich immers midden in de praktijk en kunnen zo hun praktische kennis en kunde op peil houden. Maar hoe staat het met de professionals van het bedrijf/de instelling? Heeft de samenwerking voor hen ook nut? Gaat er voor hen ook een lerend effect vanuit? Een factor die de intrinsieke motivatie van de professional kan laten toe- of afnemen.

Concurrentie
Zoals scholen elkaar kunnen zien als concurrenten (zie wederom het verslag van 10 november), kunnen ook bedrijven met elkaar wedijveren. Als een school een exclusieve verbinding aangaat met één zorginstelling/bedrijf, kan dit kwaad bloed zetten bij andere instellingen/bedrijven: waarom mogen wij niet vissen in die kweekvijver vol toekomstige medewerkers?

Aanbevelingen

Aanbevelingen
Het laatste deel van deze bijeenkomst wordt besteed aan het formuleren van aanbevelingen. Aan de hand van de twee flipovervellen vol succesfactoren en belemmeringen/valkuilen formuleert de groep de volgende aanbevelingen:

Aan mededocenten
– Pak je rol in die praktijk en breng als docent de student dichter bij de cliënt. De opleiding of het project dat je samen met een zorgaanbieder opzet, heeft uiteindelijk ook meerwaarde voor de cliënt, voor de bewoner die zorg krijgt. Het is een win-win-win-situatie.
– Denk niet in uren, maar in mogelijkheden. Je hebt 50 procent voor- en nazorg van je onderwijs. In die 50 procent tijd die je hebt om je lessen te kunnen geven kun je de clustering en het herschikken van je curriculum doen.
– Vind niet zelf het wiel uit, maar laat je inspireren. Ga eens kijken bij een opleiding als de huisopleiding van ZHGA en Nova College. Of nodig mensen van zo’n inspirerend voorbeeld uit om een presentatie te houden.

Aan het bedrijfsleven (specifiek: zorginstellingen)
– Bied derdejaars BOL-studenten een leerarbeidscontract aan, zodat ook zij (feitelijk als BBL’ers) de kans krijgen in de praktijk mee te draaien en te laten zien dat zij de verantwoordelijkheid die hoort bij een zorgverlenend beroep aankunnen.

Aan mbo-instellingen/bestuurders
– Zorg voor bestuurlijke draagkracht en verantwoordelijkheid.
– Stuur je docenten naar platforms en landelijk netwerken als Opleider2025 om hun ervaringen en kennis te delen.

Aan (branche)organisaties als Zorgpact en Platform Bèta Techniek
– Deel succesverhalen ook op het niveau en vanuit het perspectief van de opleiders. Dit gebeurt nu nog vooral op het niveau van de projectleiders, terwijl het de uitvoerders zijn die hier handen en voeten aan (moeten) geven.

Aan de overheid
– Zorg voor minder regelgeving. De tijd die nu, met dank aan de strenge regels, aan administratie besteed wordt, kan veel beter in het onderwijs zelf gestoken worden.
– Onderken dat onderwijs in een praktische context dé manier van beroepsonderwijs is; je leidt echt op tot een beroep (en niet tot op school zitten). De meeste mbo-studenten zijn toch vooral doeners en leren het meeste in de praktijk.

Aan de lerarenopleidingen
– In de lerarenopleidingen moet ook aandacht besteed worden aan praktijkgerichte leerroutes. Dat is immers het beroepsonderwijs van de toekomst, iets waar de innovatieve opleider niet aan voorbij mag gaan.

De kernvraag: hoe te beginnen?
De bijeenkomst in De Luwte heeft al veel opgeleverd. Maar de aanwezigen gaan niet de deur zonder allereerst tot de absolute kern door te dringen. Een van de aanwezige opleiders laat weten enthousiast te zijn. ‘Maar hoe ga ik dit regelen?’, vraagt ze zich hardop af. ‘Waar moet ik beginnen? Bij wie klop ik aan? Hoe geef ik dit handen en voeten? Ik werk nu vijf jaar in het onderwijs en heb al meerdere dingen langs zien komen waarvan ik dacht: “Wow, dat moeten we gaan doen!”. Maar het slaat snel dood. Ik werk in twee teams, allebei van 25 mensen. Iedereen vindt er wat van. Net als de leidinggevende. Het moet dan weer over tak zus en zo. Dan denk ik: “Laat maar…”’.

Het is een kwestie die zeker nog prominenter op de agenda gezet wordt. En zo levert deze bijeenkomst ook een uitdaging op voor de volgende Opleider2025-bijeenkomsten.

Wil je meedenken? Zelf je ideeën en ervaringen inbrengen? Schrijf je dan een voor een van de ‘Opleider2025’-bijeenkomsten of stuur een bericht naar
anniek.van.aanraad@bvmbo.nl. En laat je ook horen via Twitter (#opleider2025 en @opleider2025) en in de LinkedIn-groep Opleider2025.

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.