News & Events

WERKDRUK


Themamiddag Meer tijd voor Kwaliteit
Van werkdruk naar werkplezier

Negatieve werkdruk geeft stress; positieve werkdruk geeft passie en plezier. Vanuit die gedachte stelde de BVMBO zichzelf de vraag ‘Hoe kunnen we meer tijd voor kwaliteit en meer werkplezier realiseren?’ – en organiseerde een brainstormmiddag.

‘We doen heel veel, maar we hebben geen tijd om te denken’, zo verwoordt een van de deelnemers het probleem waar veel mbo-teams tegenaan lopen. Deze middag is dat anders. De mensen die in het Innovatiehuis in Den Bosch bij elkaar gekomen zijn, nemen juist wel de tijd om te reflecteren. Dat is nodig om het gevoel terug te krijgen dat je met zijn allen aan hetzelfde doel werkt. Nu lijken onderwijsteams vaak te veel op de groep Olympische sporters uit de Monty Python-scène uit een van de presentaties: als het startschot klinkt, sprinten ze er vol vuur vandoor, maar wel allemaal een andere kant op.

De themamiddag ‘Meer tijd voor kwaliteit’ is georganiseerd door het Centrum voor Innovatie (CvI) en de beroepsvereniging BVMBO. In een huiselijke setting krijgen de twaalf deelnemers uit de mbo-sector de gelegenheid om van gedachten te wisselen over de kwaliteit van het onderwijs, die in het geding komt door de hoge werkdruk. De comfortabele stoelen staan in een grote kring rondom tafels met fruit en chocola. Later brainstormen we actief staand rond een digitaal haardvuur en een flip-overvel op de grond – geheel in lijn met de Lean-manier van vergaderen die tijdens deze middag verder wordt uitgediept.

‘Meer tijd voor Kwaliteit is punt twee op het mbo-manifest dat de BVMBO opgesteld heeft om de gespreksagenda voor de komende tijd te bepalen’, legt BVMBO-voorzitter Marjolein Held uit. De in totaal zeven punten zijn voortgekomen uit een online enquête onder mbo-docenten en -instructeurs. Zij willen onderwijs bieden dat goed aansluit op ontwikkelingen in de beroepspraktijk, maar hebben het gevoel dat er niet voldoende tijd is om dat te realiseren.

Werkdrukbeleving
Maar waar hebben de onderwijsteams het nu dan zo druk mee? Om die vraag te beantwoorden neemt Marloes van Bussel ons mee in het onderzoek van het expertisecentrum ecbo naar de werkdrukbeleving in het mbo. Een lokaal onderzoekje via menti.com geeft al veel herkenning. De ervaren werkdruk ligt hoog met gemiddeld een 8 op een schaal van 1 tot 10. Dat wordt toegeschreven aan veel onderwijstijd, maar vooral ook aan de diverse werkzaamheden daaromheen, zoals onderwijsontwikkeling, administratie en loopbaanbegeleiding.

De grote hoeveelheid onderwijstijd lijkt deels te wijten aan de 1.000-urennorm, ook al is die in theorie niet meer zo hard. Volgens de aanwezigen werkt de norm als een soort ophokplicht, waarbij de docent soms als oppasser fungeert voor studenten die eigenlijk alleen maar zitten te YouTuben. Een factor die nog in de onderzoeksresultaten lijkt te ontbreken, is het hoge ziekteverzuim. Dat zorgt ook nog eens voor een vicieuze cirkel: door de werkdruk komen veel mensen thuis te zitten en dat voert de druk voor de rest van het personeel dan alleen nog maar meer op. Tijd voor maatregelen dus.

Lean organiseren
In de volgende sessie legt Guido van Eijk uit hoe hij bij zijn team aan het Summa College in Eindhoven de druk al een stuk hanteerbaarder heeft kunnen maken. Daarvoor zijn ze ‘lean’ gaan werken. ‘Lean is een soort filosofie die overgewaaid is uit de Japanse auto-industrie’, vertelt hij. Het belangrijkste principe is dat de klant centraal staat. Alles wat je doet zonder dat het meerwaarde oplevert voor de klant, is verspilling. In het mbo is de student de klant. Het eerder genoemde ‘ophokken’ is een duidelijk voorbeeld van verspilling.

Voor teams is het daarbij van belang dat iedereen meedenkt over de te volgen koers. Dat is niet alleen een taak van de teamleider. Teamoverleg gaat dan over zelfgekozen onderwerpen. Werk bijvoorbeeld met prestatieborden, waarbij je successen viert, maar ook hulpvragen benoemt. Zo krijg je meer oog voor verschillende talenten binnen je team en voelen teamleden zich samen verantwoordelijk voor het eindresultaat. Als je ergens zelf achter staat, is het veel minder erg dat het tijd kost. Zo maakte Guido’s team voor elektrotechniek een omslag van passieve kennisoverdracht naar actief onderwijs met experimenten. Docenten zaten dan ’s avonds thuis nog met elektronica te stoeien om de lessen voor te bereiden, maar dat voelden ze niet als druk.

Kwaliteitscultuur
Een team dat concreet met kwaliteit aan de slag wil, kan bijvoorbeeld terecht bij het nationaal coördinatiepunt (NCP) van EQAVET, een Europees programma om kwaliteit in het mbo te versterken. ‘Eerst breng je de kwaliteitscultuur van je team in kaart’, legt consultant Marloes van Bussel uit. Het gaat dan om de houding ten opzichte van kwaliteit en onderliggende waarden. Die zijn impliciet aanwezig, maar kun je expliciet maken, bijvoorbeeld met door EQAVET ontwikkelde scans. Zo krijg je onder andere een beeld of je team meer mensgericht, innovatiegericht, procesgericht of juist resultaatgericht is. Vervolgens kun je een gezamenlijke visie op onderwijskwaliteit formuleren, concrete doelen en ontwikkelpunten bepalen en uiteindelijk acties afspreken in een soort teamplan.

Brainstorm
Daarmee komen we bij het uiteindelijke doel van deze middag: antwoord krijgen op de vraag ‘Hoe kunnen we meer tijd voor kwaliteit en meer werkplezier realiseren?’. Onder leiding van BMVBO-bestuurslid Anniek van Anraad komt de brainstorm goed op gang. Belangrijke ideeën zijn een ondersteunende rol voor de teamleider, meer transparantie en duidelijkheid over bevoegdheden, vrijheid om eigen keuzes te maken en grenzen aan te geven en onderwijstijd beperken om ruimte te maken voor reflectie. Uiteindelijk zouden docenten meer ondernemers moeten worden: je samen verantwoordelijk voelen voor onderwijs dat het beste uit de student haalt.

De BMVBO wil ervoor zorgen dat de uitkomsten van deze bijeenkomst een concrete uitwerking krijgen. De beroepsgroep heeft de afgelopen jaren veel meer een gezicht gekregen en zit nu regelmatig om de tafel met de MBO Raad, het ministerie van OCW – deze middag vertegenwoordigd door Thea van den Boom – en de inspectie. Zo kunnen de ideeën uit de brainstorm een plaats krijgen in nieuw beleid. Maar misschien nog wel belangrijker is de inspiratie voor de deelnemers zelf die ze meenemen naar de onderwijsteams waarin zij werken. Zo kan de lean-manier van werken op veel enthousiasme rekenen. Het zou dus zomaar kunnen dat verschillende mbo-instellingen daarmee aan de slag gaan: zet studenten centraal en vermijd alles wat niet in hun belang is.

bron: MBO-krant 48 (februari 2018).

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe uw reactie gegevens worden verwerkt.