Van EVC naar diploma, onderzoek naar diplomafraude in de zorg- en welzijnssector
Diplomafraude gaat verder dan het vervalsen van diploma’s. Het gaat ook om echte mbo-diploma’s die op onterechte gronden zijn afgegeven. Eén van de routes om op onterechte gronden een echt mbo-diploma te halen, is via een EVC-traject (Erkenning van Verworven Competenties).
Het EVC-stelsel werkt niet zoals bedoeld. Dit blijkt uit dit onderzoeksrapport ‘Van EVC naar diploma: een verborgen route achter diplomafraude’.
Dit stelselonderzoek is een vervolg op de verkenning “Misstanden in de zorg: er is meer aan de hand” (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie van het Onderwijs, 2024). Met dit onderzoek geeft de inspectie verdere invulling aan haar activiteiten zoals genoemd in de kamerbrief Fraudebestrijding in de zorg (Ministerie van OCW, 2024).
Uit deze verkenning kwam naar voren dat via een EVC-traject (Erkenning van Verworven Competenties) ten onrechte een mbo-diploma kan worden behaald. Daarnaast bleek dat ook via stages en examinering gefraudeerd wordt.
Met dit onderzoek wil de Inspectie bijdragen aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit en aan het waarborgen van de civiele waarde van mbo-diploma’s van zorg- en welzijnsopleidingen. De centrale doelstelling van dit onderzoek is het formuleren van aangrijpingspunten voor de betrokken actoren om fraude- en ondermijningspraktijken vroegtijdig te signaleren en een halt toe te roepen. Het totale onderzoek zal bestaan uit meerdere publicaties, waarvan dit de eerste is. In een volgende publicatie gaan we in op (risico’s op) fraude via stages en examinering. Het formuleren van aangrijpingspunten komt aan bod bij afronding van het totale onderzoek.
Dit rapport ‘Van EVC naar diploma: een verborgen route achter diplomafraude’ gaat over de systeem-zwaktes in de route van EVC-traject naar diploma. We voerden een kwalitatieve systeemanalyse uit om te achterhalen hoe deze fraude tot stand kan komen. Het consulteren van praktijkexperts en een beleids-
analyse waren de belangrijkste onderzoeksactiviteiten. Met deze systeemanalyse tillen we het beeld van casusniveau op naar een gedragen beeld van hoe beleid, EVC- en het onderwijsstelsel op elkaar ingrijpen. En hoe dit heeft kunnen leiden tot het op onterechte gronden uitreiken van diploma’s.
In dit onderzoek zien we in de route van EVC-traject naar diploma de volgende systeemzwaktes:
•
Het overheidsbeleid en de afspraken met sociale partners houden geen of onvoldoende rekening met mogelijk misbruik van het instrument EVC. Het gehele EVC-stelsel (inclusief het toezicht) is aan de markt overgelaten en regie hierop door de overheid ontbreekt. Beleidskeuzes kunnen daarmee de waarde van het diploma aantasten.
•
Het huidige toezicht op het EVC-stelsel schiet te kort om fraude en/of ondermijning te signaleren en aan te pakken. Er zijn deelnemers en/of EVC-aanbieders met verkeerde intenties, de kwaliteits- borging op het EVC-traject en de EVC-assessor is onvoldoende, EVC-certificaten worden onterecht
verstrekt en het EVC-register is onbetrouwbaar.
•
Het systeem is zo ingeregeld dat de stap van EVC naar onderwijs was gebaseerd op vertrouwen.
Gebleken is dat opleidingen (en meer in het algemeen: het onderwijs en de zorgaanbieders) ten onrechte vertrouw(d)en op het EVC-stelsel. Dit vertrouwen is geschaad.
•
De borging bij vrijstellingsbesluiten van examencommissies op basis van een EVC-certificaat is te beperkt. De positie van EVC ten opzichte van het onderwijs, de afhankelijkheid van examencommissies van een betrouwbare werking van het EVC-stelsel en de beleidskeuzes van de onderwijsinstelling hebben impact op deze borging.
De organisaties die betrokken zijn bij de route van EVC-traject naar diploma worstelen met de reikwijdte van hun taken en bevoegdheden als het gaat om fraude en ondermijning in het EVC-stelsel. Als inspectie maken we ons zorgen om het huidige Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-beleid, waarvan EVC een onderdeel is. De waarde van het diploma wordt geraakt door LLO, omdat LLO kan leiden tot vrijstellingen voor examinering. Het is belangrijk dat er beleid is gericht op mogelijk misbruik en dat het toezicht niet alleen wordt overgelaten aan (alleen) private organisaties. De overheid zou (meer) regie moeten nemen op het EVC-stelsel en het toezicht daarop. Daarbij is het van belang om niet alleen naar het EVC-stelsel te kijken, maar naar het LLO-beleid in de volle breedte, inclusief fraudebestendigheid.

