Nieuwsbericht

Burgerschapsonderwijs in het mbo niet langer vrijblijvend

22 oktober 2026 | 5 minuten lezen

Op het mbo kan veel doorgaan voor burgerschapsonderwijs. Daarom wil de overheid meer eisen stellen aan de opleiding. Maar hoe toets je burgerschap zonder te bepalen wat 'een goede burger' moet vinden?

Een maatschappelijk probleem dat je raakt? Op het mboRijnland in Leiden moesten studenten niet alleen het bespreken, maar ook proberen iets eraan te doen. Ze kozen het onderwerp straatintimidatie, deden onderzoek en zochten contact met een ambtenaar van de gemeente Leiden. Hij stuurde posters van de campagne 'Ben je oké?' tegen straatintimidatie, die zij in de school ophingen.

Dit is volgens docent burgerschap Jaap Kraak (41) precies de bedoeling van zijn lessen. 'Je wilt studenten laten zien: je kunt iets vinden, maar je kunt ook proberen ergens invloed op te hebben.'

Zo diepgaand hoeft burgerschap op het mbo op dit moment helemaal niet te zijn. Scholen hebben veel vrijheid om het vak zelf in te vullen. Zo is er geen verplicht examen en geen vast aantal lesuren, ook hoeven studenten niet een bepaald niveau te halen. Ze moeten vooral kunnen aantonen dat ze zich voor burgerschap hebben ingezet. Deze inspanningsverplichting vindt Kraak wel erg vrijblijvend. 'Als een student kan laten zien dat hij iets heeft gedaan, is het al snel voldoende.'

Ook aan docenten worden nauwelijks eisen gesteld. Anders dan op de middelbare school, zijn op het mbo veel docenten vanwege hun vakkennis voor de klas gaan staan. Zij hebben geen lerarenopleiding gedaan, maar hebben in deeltijd een pedagogisch-didactisch getuigschrift gehaald. Voor burgerschap is geen aparte bevoegdheid nodig. Indien het bestuur van de school de docent bekwaam acht om de lessen burgerschap te geven, mag diegene burgerschap geven. Volgens Kraak kan daardoor het vak terechtkomen bij een docent die nog wat uren over heeft. 'Terwijl je voor goed burgerschapsonderwijs juist veel moet weten en in de klas gevoelige onderwerpen moet kunnen bespreken.'

Die vrijheid heeft jarenlang bij het grote publiek verhuld hoe laag de ondergrens in het mbo ligt. Binnen de scholen was dit vanzelfsprekend wél bekend. 

Een opleiding kan studenten nauwelijks uitdagen en toch aan de wettelijke eisen voor burgerschapsonderwijs voldoen. Dit probleem is niet nieuw: met een 'burgerschapsagenda' probeerden scholen en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het vak tussen 2017 en 2021 al te verbeteren. De MBO Raad concludeerde hierna dat de aandacht voor burgerschap weliswaar was toegenomen, maar de kwaliteit nog altijd uiteenliep en soms onder de maat was.

Dat de wettelijke eisen laag zijn, bevestigt OCW in antwoord op vragen van EW. Het ministerie noemt als voorbeeld een bezoek aan een museum of theater. 'Zo'n bezoek kan waardevol zijn, maar als studenten daarna nauwelijks bespreken of onderzoeken wat ze hebben gezien, blijft de verdieping beperkt.'

Het is een blinde vlek in het toezicht, erkent OCW. Als burgerschapsonderwijs tekortschiet, kan de Onderwijsinspectie een zogenoemde herstelopdracht geven. Maar de toezichthouder is hierbij gebonden aan de wettelijke eisen. Die geven volgens het ministerie nu te veel ruimte: een mbo-opleiding kan aan alle regels voldoen, maar toch tekortschieten. 'De Inspectie kan pas iets doen als er een wettelijke grondslag is,' zegt onderwijsjurist Renée van Schoonhoven (59).

Vanaf 2027 moet het gedaan zijn met deze vrijblijvendheid. Het burgerschapsonderwijs moet op het mbo op drie punten veranderen. Er komen duidelijkere landelijke kwalificatie-eisen, studenten krijgen een verplicht instellingsexamen en aan docenten burgerschap worden aanvullende eisen gesteld.

Ook de inhoud gaat veranderen. Er komt meer accent op burgerschap in klassieke zin: hoe verhoud je je tot anderen en tot de samenleving? In plaats van, bijvoorbeeld, omgaan met geld of gezond leven. Docent Kraak vindt het een verbetering. 'Een gezonde levensstijl is belangrijk, maar ik vind het moeilijk om dat burgerschap te noemen. Burgerschap gaat voor mij hoe je je verhoudt tot de gemeenschap en hoe je deelneemt aan de samenleving.'

Niet alleen van studenten wordt straks meer gevraagd. Zoals gezegd, ook voor docenten komen er vanaf 2027 wettelijke eisen. Welke dat precies zijn, wordt nog uitgewerkt, maar voor docenten die niet over de juiste 2e graads bevoegdheid beschikken, zal dit betekenen dat er moet worden bijgeschoold. Waarbij de scholing kan oplopen tot 30 EC. Dit moet ook de vrijblijvendheid aanpakken die Kraak eerder beschreef: burgerschap moet niet belanden bij een docent die nog uren over heeft.

Kennis alleen is volgens Kraak niet genoeg. Bij onderwerpen als Gaza moet een docent ruimte geven aan verschillende opvattingen, grenzen bewaken en studenten leren hun standpunt te onderbouwen. Hoe zo'n gesprek verloopt, hangt ook af van de klas. 'Alle onderwerpen zijn bespreekbaar. Een docent moet kunnen inschatten hoe veilig de studenten zich voelen om hierover te praten in de klas.'

De komst van het examen juicht hij toe. Nu kan een student zijn opleiding afronden zonder te laten zien dat hij bepaalde kennis of vaardigheden werkelijk beheerst. 'Er komt eindelijk een duidelijk kader voor wat studenten moeten kunnen en kennen.'

Maar hiermee ontstaat een nieuw probleem: wat toets je precies? Het toetsen van feiten is makkelijk. Een student kan leren wat de Tweede Kamer doet, wat de grondrechten zijn en hoe verkiezingen werken. 'Maar burgerschap gaat ook over vaardigheden - luisteren naar iemand met een andere mening, verschillende belangen afwegen en een standpunt onderbouwen,' zegt Kraak. 'Ingewikkelder is toetsing van een democratische houding. Je wilt ook niet dat ik als docent ga bepalen of je een goede burger bent, omdat ik het wel of niet eens ben met jouw mening.'

Terwijl de beroepsgroep vertegenwoordigd in de BVMBO en de AOb het advies van een verplicht examen steunde, keerde de MBO Raad alsook JOB-mbo (studenten) zich tegen een verplicht examen. Voorzitter van de MBO Raad (de koepel voor werkgevers in het mbo) Adnan Tekin waarschuwde in 2024 dat een examen niet ertoe mocht leiden dat scholen gingen beoordelen of iemand 'een goede burger' is. Het nieuwe examen gaat daarom kennis en vaardigheden toetsen, geen opvattingen van studenten. Zo moet een student verschillende perspectieven kunnen herkennen en een standpunt kunnen onderbouwen, zonder per se de mening van de docent te delen.

Scholen hoeven niet allemaal dezelfde landelijke toets af te nemen, ze mogen zelf kiezen hoe ze toetsen. Bijvoorbeeld met een portfolio of presentatie van de student. Hierin schuilt wel het gevaar dat de kwaliteitsverschillen tussen opleidingen groot blijven. De Coöperatie Examens MBO, waarin mbo-scholen samenwerken om examens te ontwikkelen, werkt daarom gezamenlijk met docenten voorbeelden en hulpmiddelen uit voor het burgerschapsexamen. De examencommissie van de school moet erop toezien dat het examen deugt, en ook de Onderwijsinspectie houdt toezicht.

Docent Kraak verwacht dat de nieuwe eisen de kwaliteitsverschillen verkleinen. Maar dit vraagt tijd: sommige opleidingen hebben al docenten die zijn voorbereid op de nieuwe eisen, andere niet. Bovendien, dé mbo-student bestaat niet. De een is zestien en volgt een opleiding voor jongeren zonder middelbareschooldiploma, de ander is dertig, werkt al jaren, en volgt daarnaast een opleiding.

Onderwijsjurist Van Schoonhoven acht het daarom belangrijk dat de nieuwe landelijke eisen niet leiden tot één standaardaanpak voor alle mbo'ers. 'Wat ik ingewikkeld vind, is dat in die voorstellen wordt gedaan alsof het mbo een soort verlengde mavo is. Het mbo is niet eenduidig.'

Het ministerie wil deze verschillen ondervangen door landelijk vast te leggen wat studenten uiteindelijk moeten kunnen en kennen, maar scholen vrij te laten in onderwijs en examinering. Een zestienjarige die net van school komt, hoeft dus niet dezelfde lessen of opdrachten te krijgen als een dertigjarige die zich laat omscholen.

Hoe het nieuwe stelsel eruitziet, staat nog niet helemaal vast. Dit najaar kunnen burgers via internet meepraten, en bijvoorbeeld ook scholenkoepels en andere belangenclubs kunnen reageren op de nieuwe regels voor het examen en de inhoud van het vak. Ook de strengere eisen aan docenten moeten nog worden goedgekeurd.

Het ministerie mikt op een ingangsdatum voor beide wijzigingen van 1 augustus 2027.



Auteur: Josephine Ummels

Bron: EW Magazine

Op een aantal punten is er door de Redactie van deze site tekst toegevoegd ter verduidelijking.